MENU

Badgen | Terug

Zwemmer | Atleet | FietserWoudloper

Uiteraard zijn er nog veel meer badgen, daarvoor verwijzen we je naar onze badgenboek (478 KB).


 

Zwemmer | Top


  • 100m kunnen zwemmen zonder halt te houden in een zwemstijl naar keuze.
  • Een tweede zwemstijl naar keuze beheersen.
  • 1 minuut kunnen watertrappelen waarij de handen boven water blijven.
  • Met een voorwerp 25m zwemmen zonder dat dit nat wordt.
  • Behoorlijk kunnen duiken.
  • Een voorwerp van de bodem (3m) kunnen halen, te vertrekken vanuit het water.
  • 12m onder water kunnen zwemmen.

 

Atleet | Top


  • Het minimum van punten behalen naargelang de leeftijd (zie tabel).
  • Een opwarming en cooling down geven en het nut kunnen uitleggen.

 

Fietser | Top


  • Het volledige fietsreglement kennen.
  • Een fiets kunnen onderhouden en repareren (band vervangen/plakken, remmen herstellen, verlichting herstellen, ketting controleren, ...)
  • 2 fietstochten meedoen.

 

Woudloper | Top


Wat is de woudloperproef?
Om te slagen voor de woudloperproef moet men probleemloos 24 uur alleen in een bos kunnen doorbrengen, daarbij gebruik makende van een beperkte hoeveelheid materiaal en een goede basis aan scoutstechnieken. Daarbij moeten enkele opdrachten succesvol worden uitgevoerd.

  1. Zonnewijzer

    Bij het begin van de woudloperproef wordt aan de woudloper in spe meegedeeld hoe laat het is. Daarop moet de woudloper direct een zonnewijzer maken. Hoe maakt men een zonnewijzer? Men neemt een rechte stok (+/- 1m) en plaatst die recht in de grond. Op de plaats waar de schaduw van de stok valt, plaatst men een klein stokje en merkt men het uur dat men gekregen heeft bij het begin van de proef. Aangezien een dag 24 uur telt, moet men aan de overkant dit stokje hetzelfde uur (maar dan ´s nachts) aanduiden. Loodrecht op deze fictieve lijn zet men op beide zijden van de cirkel opnieuw 2 stokjes. Deze stokjes stellen het gegeven uur + 6 uur en -6 uur voor. Zo verdeelt men de cirkel verder tot alle uren van de dag (nacht is uiteraard niet nodig) erop aangeduid staan. De plaatsen tussen de uren kan men nog in 4 delen zodat men het uur kan aflezen tot op het kwartier.

  2. Tent

    Een heel belangrijk punt in de woudloperproef is het opstellen van de tent. Men krijgt enkel een tentzeil mee bij het begin van de proef. Men moet deze tent goed kunnen opstellen en er de nacht in doorbrengen. Piketten worden zelf gemaakt, evenals tentharingsteken om de tent op te spannen.

  3. Veldbed

    In de tent moet ook een zelfgesjord veldbed aanwezig zijn. De balken die nodig zijn voor het bed, worden door de woudloper op voorhand geselecteerd. Ook heeft men een koord dat men op correcte wijze moet weven tussen de balken om comfortabel te kunnen slapen.

  4. Vuurshelter

    Er wordt ook een vuurshelter meegegeven, die men moet opstellen. Die moet er voor zorgen dat zowel de woudloper als zijn brandhout droog blijven. Er moet uiteraard ook voor gezorgd worden dat die zodanig is opgesteld dat de wind goed zit (meestal naar het westen). En ook hier worden piketten en tentharingsteken zelf gemaakt.

  5. Jagersvuur

    De woudloper moet uiteraard ook zijn eigen potje koken. Daarvoor krijgt hij/zij genoeg eten mee: Aardappelen, een kip, groenten, boterhammen, koffie, 2 eieren, boter, confituur en een beetje zout en suiker. ´s avonds worden op een mooi jagersvuur (zie techniek jagersvuur) de kip, de aardappelen en de groenten klaargemaakt. ´s morgens worden de eieren gekookt en koffie gemaakt. De moderator zal komen proeven of al deze dingen correct zijn klaargemaakt. Ook moet er gezorgd worden voor zelfgemaakt bestek (vork en lepel). De woudloper laat uiteraard nooit zijn vuur alleen en zorgt er steeds voor dat hij genoeg (droog) hout heeft voor het vuur brandende te houden.

  6. Rugzakrek

    Een rek voor de rugzak is makkelijk gemaakt: sjor een tak dwars tegen een boom en hang er je rugzak aan met de schouderriemen.

  7. Schoenrek

    Om je schoenen droog te houden steek je in je tent 2 stokken in de grond, zodanig dat je er je schoenen omgekeerd kan overhangen.

  8. Zithoek

    Niet verplicht, maar wel een leuk extraatje. Wees creatief

  9. Droogrek

    Idem voor het droogrek.

  10. Weersvoorspelling

    Tijdens de wouloperproef zal de weerkennis van de woudloper getest worden, door eens een voorspelling te maken van het weer. De woudloper moet hierbij tonen dat hij de techniek weerkennis voldoende begrijpt en kan toepassen.

  11. Knopen

    Cruciaal punt bij Woudloper: Er moeten 20 verschillende knopen kunnen worden gelegd + de 5 sjorringen en bij elke knoop moet een correcte uitleg over gebruik kunnen worden gegeven. Vergt een goede voorbereiding, waarbij men best een knoop of 25 leert kwestie van er een paar op overschot te hebben. De knopen moeten gelegd worden in het touw dat men heeft meegekregen bij het vertrek. Draag dus zorg voor je touw!
    Een voorbeeld van 40 knopen.


Welke materiaal krijg/neem ik mee op Woudloper?

  • Tentzeil en vuurshelterzeil
  • 100m sjorkoord, 1 dik commandokoord voor bed
  • schopje, bijl en dolk
  • Slaapzak (eventueel deken)
  • 2 gamellen
  • Handdoek
  • Beperkte hoeveelheid lucifers
  • Balken voor bed
  • Eten voor 24 uur (zie jagersvuur)
  • Bidon met water
  • Poncho
  • Rugzak

Zorg ervoor dat je rugzak leeg is voor je vertrekt! Materiaal buiten deze lijst, aangetroffen tijdens de proef van Woudloper, kan zorgen voor een vroegtijdig einde van de proef.

Top
Terug